| SCHRIJFMETER Je gaat zo direct een schrijfvaardigheidstoets maken die bestaat uit vijf subtoetsen. De toets levert een score op die een indicatie geeft van je algemene vaardigheid in het schrijven van betogende teksten. Deze algemene vaardigheid wordt echter niet direct gemeten want de toetsen die je doet, meten slechts vijf aspecten van jouw vaardigheid in het schrijven van betogende teksten. Het zijn echter wel precies die vijf vaardigheden die uitermate hoog correleren met de vaardigheid in het schrijven van betogende teksten als geheel. Met andere woorden: mensen die goed zijn in het schrijven van betogende teksten, zijn ook goed in de volgende vijf subtoetsen. Waarom via zo’n ‘omweg’? Waarom meten we niet meteen jouw vaardigheid in het schrijven van betogen? De reden is dat je voor een dergelijke meting enkele betogen zou moeten schrijven en dat enkele trainers die zouden moeten beoordelen. Zo’n procedure is niet haalbaar. Vandaar deze manier. Geen omweg, maar een kortere route. Deze toets bestaat uit ongeveer 250 zinnen of woorden waarin eventueel een fout kan staan. Je gaat de vijf subtoetsen allemaal achter elkaar maken. Fouten moet je verbeteren, met zo weinig mogelijk veranderingen in de zin. Hieronder volgt de beschrijving van de verschillende subtoetsen. 1. Taalconventies De vragen één tot en met tachtig gaan over taalconventies. In de zinnen kan een fout voorkomen die betrekking heeft op een conventie in het Nederlands – een algemene afspraak over ons taalgebruik. Ga bij elke zin na of er een fout in zit. Is de zin goed, dan druk je op de knop 'Goed', anders druk je op de knop 'Fout' en verbeter je de zin. Druk vervolgens op 'Verder' om naar de volgende vraag te gaan. Voorbeeld: Er zijn politici waarover veel onwaarheden worden gedebiteerd. In dit voorbeeld wordt terugverwezen naar politici met het woord “waarover”. Dat is fout. Volgens de conventies verwijzen we in het Nederlands namelijk altijd naar personen met “wie”. Dus: Er zijn politici over wie veel onwaarheden worden gedebiteerd. Let op: Elke zin bevat hoogstens één fout. Breng zo min mogelijk veranderingen aan. Het gaat uitsluitend om fouten in de zinsbouw. Verander dus niets aan de interpunctie (punten, komma's, puntkomma's, enzovoort), hoofdlettergebruik, spelling of de inhoud van de zinnen. Werk snel maar nauwkeurig. 2. Zinsbouw De vragen 81 tot en met 110 behandelen de zinsbouw. In deze zinnen kan een fout voorkomen in de zinsbouw, bijvoorbeeld het ontbreken van een woord of het gebruik van een verkeerde werkwoordstijd. Ga bij elke zin na of er een fout in zit. Is de zin goed, dan moet je de knop 'Goed' indrukken; is de zin fout, dan moet je de knop 'Fout' indrukken en de zin verbeteren. Voorbeeld: Zij gaan naar dat land op vakantie zonder af te vragen of dat wel politiek correct is. In dit voorbeeld ontbreekt het woord: "zich". Het moet zijn: "zonder zich af te vragen". Druk dus de knop 'Fout' in en voeg "zich" toe.
Let op: 3 Spelling De vragen 111 tot en met 183 behandelen het onderwerp 'spelling'. Is de spelling van het woord (of van de woordgroep) goed, druk dan de knop 'Goed' in. Zit er in het woord of de woordgroep een spelfout, druk dan de knop 'Fout' in en verbeter de spelling van het woord. Voorbeeld: moeilijkheids graad
Deze woordgroep is fout gespeld. Het moet zijn: moeilijkheidsgraad (aan elkaar geschreven). Druk dus op 'Fout' verbeter de woordgroep. 4 Werkwoordflexie De vragen 184 tot en met 203 gaan over werkwoordflexie. In deze zinnen kan een fout voorkomen in de spelling van de werkwoorden of in de vervoeging van die werkwoorden. Ga bij elke zin na of er een fout in zit. Is de zin goed, dan moet je op 'Goed' drukken; is de zin fout, dan moet je de knop 'Fout' indrukken en de zin verbeteren. Voorbeelden: Hij kom volgende week naar huis. In dit voorbeeld ontbreekt de letter "t" in het werkwoord. Het moet zijn: "Hij komt". Druk dus op 'Fout' en voeg de "t" toe. Het gezonkte schip is nog steeds niet gevonden. In dit voorbeeld is het werkwoord '"gezonkte" verkeerd vervoegd. Het moet zijn: "gezonken". Druk dus de knop 'Fout' in en verbeter "gezonkte" in: "gezonken".
Let op: 5 Interpunctie De vragen 204 tot en met 243 behandelen het onderwerp 'interpunctie'. In de zinnen kan een interpunctiefout voorkomen, bijvoorbeeld verkeerd geplaatste of niet-geplaatste komma's, puntkomma's, dubbele punt, enkele en dubbele aanhalingstekens. Ga bij elke zin na of er een fout in de interpunctie zit. Is de zin goed, dan moet je de knop 'Goed' indrukken; is de zin fout, dan moet je 'Fout' indrukken en de zin verbeteren. Voorbeeld: Als je eerder thuiskomt, dan Rudi mag je nog even buiten spelen. In dit voorbeeld is de komma verkeerd geplaatst. Het moet zijn: Als je eerder thuiskomt dan Rudi, mag je nog even thuis buiten spelen. Druk dus op 'Fout', verwijder de komma na "thuiskomt", en plaats de komma na "Rudi".
Let op: Wanneer je op de link 'Begin met de toets' klikt, zal er een nieuw window worden geopend waarin je je logingegevens kan invoeren. Deze pagina zal op de achtergrond geopend blijven, zodat je altijd nog even kunt kijken wat de verschillende onderdelen inhouden.
|